top of page

Van sprookje tot dossier: wie beschermt de mens in Herselt?

  • 2 dagen geleden
  • 2 minuten om te lezen

Joris herinnert zich nog hoe stil het hier was de eerste keer dat hij uit zijn wagen stapte. Geen sirenes, geen kranen, geen schepen die lossingen deden zoals in de haven van Antwerpen waar hij zijn dagen sleet. Alleen bomen, natte aarde en een lucht die eindelijk ruimte liet om te ademen. Voor dat gevoel had hij gespaard. Jarenlang.


Meer dan tweehonderdduizend frank betaalde hij om zijn stukje rust aan te sluiten op water en elektriciteit. Hij deed dat niet lichtzinnig. Dit was geen speculatie, geen snelle winst. Dit was een belofte aan zichzelf: hier zou hij ouder worden, langzaam, menselijk.

Jan, zelfstandige uit Brussel, kende dat gevoel. Hij kwam na lange werkdagen naar Herselt en gooide zakken steengruis uit, zodat hij zijn chalet ook in de winter kon bereiken. Met elke schop die hij in de grond zette, maakte hij de plek meer de zijne. Niet om regels te trotseren, maar om te blijven. Om te horen waar hij thuishoorde.


Zo begon het in Herselt. Omdat het dorp ver van autosnelwegen lag en geen industrie kon aantrekken, besloten politici het ruimte te geven voor verblijfsrecreatie. Gronden die jarenlang waardeloos waren, kregen betekenis. Stedelingen kwamen. Meer dan duizend weekendverblijven brachten leven, handel en verbondenheid. Het dorp bloeide — niet ondanks de weekenders, maar dankzij hen.


Vergunningen werden soms volgens de regels afgeleverd, soms volgens het dorpse ritme: een gesprek in het cafƩ, een knik, een wederzijds begrip. Dat was geen geheim, geen samenzwering. Het was hoe beleid en leven elkaar toen ontmoetten. De overheid keek weg, en het dorp bouwde verder.


Tot de overheid plots niet meer wegkeek.

Wat jarenlang was gedoogd, werd herleid tot een dossier. Controleurs verschenen met luchtfoto’s waarop daken en terrassen abstracte vormen waren, los van de mensen die eronder leefden. Nieuwe regels botsten met oude beloftes. Wat ooit werd toegestaan, werd nu als overtreding benoemd.


Voor Joris voelde het alsof iemand achteraf de spelregels veranderde. Zijn ramen, zijn terras, zelfs de haag die hij plantte om de wind te breken, werden punten van discussie. Jan kreeg brieven vol technische termen die hij meermaals moest herlezen. Niet omdat hij ze niet wĆ­lde begrijpen, maar omdat ze geschreven leken zonder mens in gedachten.


De controle was correct, zo heette het. Iedereen werd gelijk behandeld. Maar gelijkheid zonder context is geen rechtvaardigheid. Wie jarenlang investeerde in vertrouwen, werd plots behandeld als overtreder. De menselijke maat verdween achter paragrafen en kaarten.


Nochtans waren Joris en Jan geen buitenstaanders. Ze waren buren geworden, klanten, vrienden. Ze stonden op kermissen, hielpen bij sneeuw en storm, deelden zorgen en koffie. Ze maakten deel uit van Herselt, ook al stond dat nergens zwart op wit.


Dit opiniestuk gaat niet over het negeren van regels. Het gaat over verantwoordelijkheid. Over een overheid die eerst ruimte creƫert, vervolgens jarenlang gedoogt, en dan plots de rekening doorschuift naar mensen die in goed vertrouwen handelden.


Beleid mag geen geheugenverlies hebben. Wie regels wijzigt, moet ook durven erkennen wat vroeger werd toegestaan. Rechtvaardigheid vraagt meer dan luchtfoto’s en meetlinten. Ze vraagt erkenning, overgangsmaatregelen, en vooral: respect voor wie hier zijn leven opbouwde.


Herselt is geen uitzondering. Het is een spiegel. De vraag is niet of regels nodig zijn. De vraag is wie ze beschermen — en wie ze breken.


Opmerkingen


  • Facebook

Nationaal Komitee van Weekendverblijvers en

Vaste bewoners

BTW Ondernemingsnummer: 413.194.264
Ondernemingsrechtbank Antwerpen
bottom of page